Vrijspraak van seksueel misbruik dochter
In dit artikel:
De rechtbank in Velp heeft een 61-jarige man vrijgesproken van het jarenlang seksueel misbruiken van zijn dochter, dat volgens de aangifte zou hebben plaatsgevonden tussen 1999 en 2004. De rechter vond dat uit de stukken niet met het vereiste bewijsniveau kon worden vastgesteld dat de man zich schuldig had gemaakt aan de beschuldigingen.
Naast de aangifte van de dochter ontbrak volgens de rechtbank voldoende onafhankelijk steunbewijs. Verklaringen van getuigen bleken grotendeels afgeleid van de dochters verhaal; de enige onafhankelijke waarneming kwam van de moeder, die verklaarde haar man en dochter eens onder een deken te hebben gezien en dat de deken bewoog, terwijl beiden bij het wegtrekken van de deken nog kleren droegen. Die enkele observatie en het feit dat de man zich tegenover de moeder niet ontkende, waren onvoldoende om het verwijt van jarenlang ernstig seksueel misbruik te staven.
Door de vrijspraak werd ook de vordering van de dochter voor ruim €67.000 immateriële schadevergoeding niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak benadrukt het juridische uitgangspunt dat bij zedenzaken naast de verklaring van het vermeende slachtoffer aanvullend bewijs nodig is om tot een bewezenverklaring te komen.