Spanjaard schuldig aan invoeren van heroïne en cocaïne
In dit artikel:
Een 49-jarige man uit Spanje is door de rechtbank veroordeeld tot 42 maanden gevangenisstraf voor het invoeren van bijna 8 kilo harddrugs. Op 6 augustus 2025 werd hij in Dodewaard staande gehouden nadat een ANPR-controle (automatische kentekenherkenning) een hit gaf op het kenteken van de auto waarin hij reed; die auto bleek in Duitsland als gestolen geregistreerd te staan. In een rugzak in de kofferbak troffen agenten in totaal 1.999,14 gram cocaïne en 5.988,41 gram heroïne aan.
De verdachte verklaarde in Düsseldorf door twee onbekende mannen te zijn aangesproken en gevraagd te zijn om zogenaamd marihuana naar Valencia te brengen in ruil voor 5.000 euro. Bij het openen van de tas zag hij meerdere pakketten, raakte één pakket aan en ontdekte toen dat het om harddrugs ging. Uit paniek zou hij zijn weggereden richting Nederland. Het NFI heeft de aangetroffen stoffen getest en de gewichten bevestigd.
De rechtbank kwalificeerde het vervoer van deze hoeveelheden als ernstig, benadrukte de verslavende en schadelijke effecten van cocaïne en heroïne en stelde dat de import de bestaande drugshandel en -beschikbaarheid in Nederland in stand houdt. Omdat de man volgens het strafkader geen rol binnen een criminele organisatie speelde, geldt voor invoer van 7–8 kg als uitgangspunt een onvoorwaardelijke celstraf van 42–44 maanden; de rechter handhaafde de ondergrens van 42 maanden. Persoonlijke omstandigheden—zoals de financiële en zorgtaken van zijn vrouw voor kinderen en zijn zieke vader—leidden niet tot strafvermindering, omdat de rechtbank die niet als bijzonder zag ten opzichte van veel andere verdachten.