Rechter komt niet toe aan inhoudelijke beoordeling doden wolven in Nationaal Park de Hoge Veluwe
In dit artikel:
De rechtbank in Arnhem heeft het beroep van Stichting Het Nationale Park De Hoge Veluwe tegen de weigering van de provincie om het doden van wolven toe te staan niet inhoudelijk behandeld. Volgens de rechter ontbreekt de stichting het benodigde procesbelang: met deze procedure kan zij niet meer bereiken dat alsnog een ontheffing wordt verleend.
De Hoge Veluwe had de ontheffing gevraagd om wolven te mogen doden ter bescherming van de moeflons, die op natuurlijke wijze grote delen van het park begrazen. Sindsdien is de beschermingsstatus van de wolf op Europees niveau gewijzigd, en het Nederlandse recht verwijst naar die Europese regeling; daardoor geldt er momenteel geen vergunningplicht meer voor het doden van wolven, wat de kern vormt van het ontbreken van belang bij de zaak.
De rechtbank merkt op dat er onder bepaalde omstandigheden nog wel procesbelang kan bestaan — bijvoorbeeld bij toekomstige, terugkerende besluiten waarbij een inhoudelijk oordeel van belang is — maar dat die situatie hier niet speelt: De Hoge Veluwe heeft geen nieuwe aanvraag ingediend. Ook het achterhouden van een aanvraag in afwachting van een rechterlijk oordeel of de lopende wijziging van nationale regels is volgens de rechtbank geen voldoende grond voor procesbelang.
Tot slot wijst de rechtbank op onzekerheden voor de toekomst: de regering werkt aan aanpassing van de Nederlandse regels, maar het is onduidelijk wanneer en hoe een eventuele vergunningplicht terugkeert. Bovendien verandert de parkbeheerder mogelijk onderdelen van het terreinbeheer (zoals het hekwerk rond het park), waardoor een toekomstige aanvraag een andere inhoud kan hebben dan de oorspronkelijke. Daardoor is de zaak naar oordeel van de rechtbank niet geschikt voor een inhoudelijke uitspraak.